Fout bij circulair aanbesteden, deel 3: Controle
Op 29 juni 2025 kwam Cobouw met een artikel over bouwafval scheiden, met de veelzeggende kop: “Geen hond houdt zich aan de regels”. Een stevige aantijging die in het artikel zelf iets wordt afgezwakt, maar het zet wel aan tot nadenken. Want waarom houden zoveel partijen zich niet aan de regels? En belangrijker: hoe komen ze hiermee weg?
In dit derde deel van onze serie over fouten bij circulair aanbesteden kijken we naar de controle die wel of niet plaatsvindt nadat een project is gegund aan de sloper.
Van plan naar uitvoering
Na de gunning gaat een project de uitvoeringsfase in. De sloper voert de plannen uit die hij eerder in de planvorming heeft gepresenteerd. In het ideale scenario betekent dit dat producten netjes worden gedemonteerd voor circulair hergebruik, en dat de reststromen zorgvuldig in aparte containers worden afgevoerd naar verwerkers.
De praktijk is helaas anders. Het Cobouw-artikel laat zien dat regels voor afvalscheiding in de bouw- en sloopsector vaak niet worden nageleefd. Waardevolle materialen verdwijnen nog te vaak in de puincontainer, met verlies van grondstoffen en extra CO₂-uitstoot tot gevolg.
Afval scheiden
In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is in artikelen 7.24, 7.25 en 7.26 duidelijk opgenomen dat afvalstromen groter dan 1 m³ gescheiden moeten worden. Gemeenten en omgevingsdiensten zijn verantwoordelijk voor de handhaving hiervan.
Maar in de praktijk blijkt handhaving lastig. Vaak is niet precies bekend hoeveel van een bepaalde afvalstroom in een project aanwezig is. Dit maakt het eenvoudig voor een sloper om materialen te laten verdwijnen. Zo kunnen gipsplaten onder de rupsen van een kraan tot poeder worden vermalen, of wordt glas tussen het puin kapot gedrukt. Voor de sloper is dit sneller, makkelijker en goedkoper, maar wel in strijd met de regels én met de circulaire ambities van de opdrachtgever.
Controleren planvorming
Zoals we in deel 2 hebben besproken, winnen slopers vaak een aanbesteding mede op basis van hun planvorming: mooie plannen waarin ze circulaire ambities uitspreken. Maar of deze plannen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd, is een tweede.
Er zijn praktijkvoorbeelden waarbij toiletpotten keurig worden gedemonteerd, opgestapeld en zelfs gefotografeerd als bewijs. Maar eenmaal op het terrein van de sloper verdwijnen ze alsnog in een containerbak richting de verwerker. Voor de opdrachtgever, die extra betaalt voor circulair slopen, is dit natuurlijk onacceptabel.
Controle op data
Om te voorkomen dat circulaire ambities in de prullenbak verdwijnen, is harde data noodzakelijk. Controle begint al vóór de sloop met een onafhankelijke inventarisatie (zie deel 1). Deze geeft inzicht in welke materialen en producten aanwezig zijn en vormt de basis voor monitoring.
Tijdens de uitvoering moet de sloper verplicht alle stort- en verkoopbonnen bijhouden. Door deze bonnen te koppelen aan de geïnventariseerde materialen ontstaat er een compleet beeld van wat er daadwerkelijk met de producten gebeurt. Grote afwijkingen zijn een signaal dat er iets niet klopt en dat nader onderzoek nodig is.
Daarnaast kan de opdrachtgever de betrouwbaarheid van bonnen toetsen door contact op te nemen met de circulaire afnemers die materialen hebben opgekocht. Dit creëert een extra controle laag en maakt fraude of gemakzucht een stuk moeilijker.
Vertrouwen is goed, controleren is beter
Opdrachtgevers investeren vaak fors in circulair slopen. Het is daarom van groot belang dat er niet alleen op plannen en beloftes wordt gestuurd, maar ook op bewijs. Harde bewijslast in de vorm van inventarisatierapporten, bonnen en controle bij afnemers geeft de opdrachtgever de zekerheid dat circulaire doelstellingen daadwerkelijk gehaald worden.
Zonder goede controle is circulair aanbesteden niets meer dan een papieren werkelijkheid. Met goede controle wordt het een krachtige manier om écht verschil te maken in de sloopsector.
